| Vaardigheden | Start | 1 | 2 | 3 | 4 |
| Communiceren | 4P1, 4P2 | 4P3, 4P4 5P1, 5P2 | |||
| Samenwerken | 4P1 | 4P2, 4P3, 4P4 | 5P1, 5P2 | ||
| Digitale technologie | 4P1 | 4P2, 4P3, 4P4 | 5P1, 5P2 | ||
| Informatievaardigheden | 4P1, 4P2 | 4P3, 4P4 | 5P1, 5P2 | ||
| Reken en wiskundige vaardigheden | 4P1, 4P2, 4P3, 4P4 5P1, 5P2 | ||||
| Analytisch denken | 4P1, 4P2 | 4P3, 4P4, 5P1 | 5P2 | ||
| Kritisch denken | 4P1, 4P2 | 4P3, 4P4 | 5P1, 5P2 | ||
| Creatief denken | 4P1, 4P2 | 4P3, 4P4 | 5P1, 5P2 | ||
| Omgaan met anderen | 4P1 | 4P2, 4P3 | 4P4, 5P1, 5P2 |
Periode 1 | Havo 4
Omgaan met anderen: Dit ging best goed, we moesten ook veel omgaan met mensen.
Communiceren: Ging best goed, was ook wel nodig bij deze module.
Samenwerken: We moesten nog wennen aan elkaar en het project, maar al snel ging het goed en hadden we het (soms iets te) gezellig.
Digitale technologie: We gebruikten de computer om dingen op te zoeken en te verwerken, voor de rest deze periode niet veel gebruik van gemaakt.
Informatievaardigheden: We moesten ons verdiepen in kinderen van de leeftijd die naar ons theater gingen kijken, dat hebben we ook verwerkt in een onderzoek.
Rekenen: Niet echt toegepast in deze periode.
Analytisch denken: Ging deze periode goed, maar was niet echt nodig.
Kritisch denken: Niet echt toegepast deze periode.
Creatief denken: Veel deze periode, aangezien we het decor moesten maken en het voor kinderen leuk en toegankelijk moest zijn.
Periode 2 | Havo 4
Omgaan met anderen: Hebben we veel gedaan deze periode. Ging goed.
Communiceren: Ik gaf mijn mening en praatte mee over ideeën.
Samenwerken: We verdeelden taken en maakten samen afspraken, als klas.
Digitale technologie: Niet veel gebruikt, alleen voor de website en kleine dingetjes.
Informatievaardigheden: Ik leerde veel nieuwe informatie.
Rekenen: Nog niet veel gebruikt.
Analytisch denken: Ik dacht na over het probleem en mogelijke oorzaken. En hoe hier aan gewerkt kon worden.
Kritisch denken: Ik leerde anders kijken naar hoe dingen in elkaar zaten en hoe ik daarmee om moest gaan.
Creatief denken: We moesten leuke opdrachten bedenken, dus dat ging best goed.
Periode 3 | Havo 4
Communiceren: Ging best goed, ook met de contactpersonen.
Samenwerken: De samenwerking ging goed en we hielpen elkaar.
Digitale technologie: Niet zo veel gebruikt deze periode.
Informatievaardigheden: Ik leerde informatie horen en daar snel een vervolg vraag op te stellen.
Rekenen: Niet veel gebruikt deze periode.
Analytisch denken: Niet veel gebruikt deze periode.
Kritisch denken: Ging goed.
Creatief denken: Ging heel goed, en heb er wel van genoten.
Omgaan met anderen: Ging heel goed en vond het ook echt leuk!
Periode 4 | Havo 4
Communiceren: Ging best goed, ook met contactpersonen.
Samenwerken: Was goed, is ook versterkt.
Digitale technologie: Veel gebruik van gemaakt, ik heb de video geedit. Dit vond ik erg leuk om te doen.
Informatievaardigheden: Ik kon hun vraag goed omzetten in een oplossing.
Rekenen: Niet veel nodig gehad deze periode.
Analytisch denken: We hebben laten zien wat wij ervan dachten.
Kritisch denken: Ik kon reflecteren op wat beter kon.
Creatief denken: Ik dacht mee over verbeterpunten.
Omgaan met anderen: Ik bleef professioneel en respectvol tijdens het onderzoek en de presentatie. Ik vond het erg leuk om te doen.
Periode 1 | Havo 5
Communiceren: Ging goed, alleen vanuit hun kant minder.
Samenwerken: We moesten nog wennen aan elkaar en het samenwerken.
Digitale technologie: Ik gebruikte basisprogramma’s om informatie op te zoeken en documenten te maken.
Informatievaardigheden: Ik zocht informatie en leerde welke informatie bruikbaar was.
Rekenen: Nog niet echt gebruikt.
Analytisch, kritisch en creatief denken: Ik begon het onderwerp te begrijpen, maar nog niet diepgaand.
Omgaan met anderen: Gewoon netjes en respectvol contact.
Periode 2 | Havo 5
Communiceren: Ik gaf mijn mening en deed actief mee in gesprekken.
Samenwerken: We verdeelden taken en maakten afspraken.
Digitale technologie: Ik gebruikte digitale middelen beter en zelfstandiger.
Informatievaardigheden: Ik verwerkte informatie en begon verbanden te leggen en oplossingen te zoeken.
Analytisch en kritisch denken: Ik dacht na over het probleem en controleerde informatie beter voor de oplossing.
Creatief denken: We bedachten creatieve oplossingen.
Omgaan met anderen: Ik luisterde goed en hield rekening met anderen.